Nederlands leren met plezier

In dit artikel leg ik uit wat mijn visie is op Nederlands leren voor cursisten met een buitenlandse achtergrond.

 

‘Cursisten die er echt zin in hebben leren doorgaans vlotter.’

 

Wil je iets leren? Zorg dan dat je echt gemotiveeerd bent. Dus dat je weet waarom je iets wilt leren. Door de jaren heen is mij duidelijk geworden dat leerlingen vlotter leren als zij gemotiveerd zijn. Motivatie is verreweg de belangrijkste factor bij het leren van een nieuwe taal.

Motivatie, motivatie, motivatie

Mijn methode is eigenlijk simpel. Bij de intake vraag ik waarom iemand Nederlands wil leren. Als blijkt dat er geen intrinsieke motivatie is, dan heeft het weinig zin om te beginnen met lessen.

Voor cursisten die wel beschikken over intrinsieke motivatie is leren natuurlijk ook niet altijd even leuk. Maar als je weet waarvoor je het doet, dan ga je er voor. Een taaldoel moet dus aansluiten op een ‘hoger’ doel, bijvoorbeeld de mogelijkheid om te solliciteren naar een bepaalde baan. Of om betere gesprekken te voeren met de Nederlanders in je omgeving.

Gemotiveeerde leerlingen zijn vaak ook van de orde en structuur. Zij weten uit ervaring dat ze hun doel altijd halen, omdat ze wekelijks tijd inplannen om een stapje dichter bij hun doel te komen. Omdat gemotiveerde cursisten doorgaans beter overzicht hebben waar ze mee bezig zijn, kunnen zij sneller leren.

Leervermogen

Een ander aspect wat hier uit voortvloeit is dat het taaldoel moet aansluiten bij het leervermogen van de cursist. Niet te moeilijk, niet te makkelijk. Als het doel te hoog gegrepen is, dan wordt leren een opgave waar je moedeloos van wordt. Als een taaldoel te laag is, dan gaan cursisten zich vervelen. Ook verwaarlozen ze dan vaak hun huiswerk omdat ze denken dat het ‘onzin’ is.

Coaching

Ik beschouw mijzelf vooral als een taalcoach. Natuurlijk ben ik de docent, gespecialiseerd in Nederlandse taal, maar daarmee dat is de basis.
Het begeleiden van het leerproces zie ik als mijn kracht. Hoe kan ik mijn cursisten het beste helpen om iets wat moeilijk voor ze is, zo makkelijk mogelijk voor ze maken? Elke leerling vraagt om een andere begeleiding, maar er zijn ook overeenkomsten.

Omdat ik weet dat cursisten moeten doorzetten help ik ze op drie manieren om hun taaldoel te bereiken.

  • Allereerst door het taaldoel op te hakken in overzichtelijke subdoelen.
    Als je onderweg bent is het altijd fijn om te weten waar je bent. Daarom maak ik de voortgang inzichtelijk.
  • Wat ook belangrijk is, is dat de cursist de essentie van de lesstof begrijpt. Het is niet voldoende om de lesstof door te nemen, het gaat er om dat cursisten de lesstof ook begrijpen. Soms kost het dan maar een extra les, maar we gaan pas verder als het kwartje is gevallen. Zo voorkomen we hiaten in de opbouw van taalvaardigheid.
  • Tenslotte gaat het om plezier. Ik streef ernaar dat leerlingen zin hebben om te komen. Het plezier dat leerlingen hebben, geeft mij de motivatie om van een les niet alleen een vorm van kennisoverdacht te maken, maar ook een les waaraan we plezier beleven. Wie plezier heeft in leren, leert doorgaans makkelijker.

Snel leren is snel vergeten

Je hebt trainingen waar je bijvoorbeeld in een week een spoedcursus Nederlands kunt volgen. Cursisten worden een week lang gedurende de hele dag ondergedompeld in de Nederlandse taal, met het idee dat dit een goede aftrap is om snel thuis te raken in de Nederlandse taal.

Ongetwijfeld steekt een cursist in die week veel op, maar wat mij opvalt is dat cursisten die zo’n training volgden na een paar weken les weinig beter zijn dan cursisten die nog nooit een woord Nederlands hebben gesproken.

Is een spoedtraining dan niet goed?

Als je vlak na een training meet, blijkt dat een cursist verrassend veel heeft opgestoken. Maar als je een maand later weer meet blijkt ook verrassend veel van de informatie verdwenen.
Vergelijkbaar met de woordjes die we op de middelbare school moesten leren voor bijvoorbeeld Frans of Duits, maar pas op de avond voor een overhoring de moed hadden om er aan te beginnen.

Ik ben er nu achter hoe het zit.
Er bestaat een zogenaamde vergeetcurve. De vergeetcurve komt uit de koker van van de Duitse psycholoog Hermann Ebbinghaus. Het komt er op neer dat we geneigd zijn om de kennis die we niet herhalen ook vlot weer te vergeten. Hoe meer je herhaalt, hoe minder je vergeet.
Een spoedcursus heeft dus weinig zin als je niet alles wat je in die week hebt geleerd geregeld herhaalt.

Leren met mate

Een ander fenomeen is dat we bij kennisoverdracht over het algemeen weinig onthouden. Zeker als de informatie saai is.
Topspreker Remco Claassen stelt dat een goede spreker zich doorgaans toelegt op één of enkele inzichten. Van een gemiddelde lezing die boeiend is weten we na een uur nog maar drie dingen te noemen die de revue passeerden. Het heeft dus volgens hem geen enkele zin om mensen in korte tijd – lesuur – te vermoeien met een overdosis aan informatie.

Niet te veel in één keer en geregeld herhalen

Het is dus goed om wekelijks niet te veel lesstof aan te bieden en het geleerde geregeld te herhalen. Het resultaat wordt vervolgens bepaald door de mate waarin een cursist zelf thuis aan de slag gaat met huiswerk. Dus door motivatie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.